| - |
een hoge lokale beleidsrelevantie
en sterk praktijkgeoriënteerd, |
| - |
op maat gesneden (tailored), |
| - |
dialogerend en onderhandelend met lokale verantwoordelijken
in de diverse onderzoeksfases, |
| - |
participatief naar lokale betrokkenen (stakeholders)
en de lokale gemeenschap, |
| - |
multi-methodisch, zoals (groeps)interviews,
schriftelijke bevragingen, panels |
| - |
empowerend wat de medewerkers betreft (zodat
sommigen onder hen, al dan niet met begeleiding, zelf onderzoek
kunnen opzetten, en velen onder hen gestimuleerd worden om over
hun werk na te denken, te praten en via deelname aan onderzoek verder
vat krijgen op de praktijk waarbinnen ze werken), |
| - |
‘goal free’ (in de zin dat alle
betrokkenen vrij zijn om de lokale praktijk te evalueren aan de
hand van eigen doelen, criteria en normen) |
| - |
‘sociaal constructivistisch’ (in
de zin dat verschillende betrokkenen tot andere definities en percepties
zullen komen en dat het voor beleidsverantwoordelijken op z’n
minst belangrijk is om daar kennis van te nemen). |