Onderzoeksmodel
De opdracht van het hoger onderwijs is drieledig. Uiteraard
wordt verwacht dat onderwijs wordt verstrekt, maar daarnaast moeten instellingen
van hoger onderwijs evenzeer aan maatschappelijke dienstverlening én
aan toegepast wetenschappelijk onderzoek doen. Voor dit laatste zijn bijzondere
middelen voorzien. Onderhavig project wordt gefinancierd met ‘PWO-middelen’
(Projectmatig Wetenschappelijk Onderzoek) die in het bijzonder worden
toegewezen aan de professionele bacheloropleidingen.
Met deze middelen werden in de Arteveldehogeschool
een zevental projecten gestart. “Evalueren om te Evolueren”
is zo’n project. Het doel is het ontwikkelen van een onderzoeks-
en evaluatiemethodiek voor het lokaal sociaal beleid.
De globale focus van deze methodiek
komt hierop neer dat het lokaal sociaal beleid en de dienstverlening die
daarmee samenhangt door lokale betrokkenen en door de lokale gemeenschap
worden geëvalueerd vanuit de vraag of dit beleid en die dienstverlening
tegemoet komt aan de behoeften die door die betrokkenen en die gemeenschap
worden aangevoeld en geformuleerd. Hierbij zit de bedoeling van dit project
in het verbeteren, verdiepen, verantwoorden, verruimen en vernieuwen van
de bestaande onderzoekspraktijk van de opleiding sociaal werk voor het
lokaal sociaal beleid.
De aspecten van het lokaal sociaal
beleid waarop kan worden ingegaan kunnen zowel categoriaal zijn (zoals
bejaarden, kinderopvang) als verwijzen naar aspecten van de werking. Wat
dit laatste betreft is het de bedoeling dat in de te ontwikkelen methodiek
in het bijzonder de aandacht gaat naar de communicatie met de lokale bevolking,
naar de reputatie van de dienstverlening van het lokaal sociaal beleid
en naar de samenwerking met lokale publieke en private actoren.
Het belang van een hoge lokale
relevantie moet onderstreept worden. De onderzoeksresultaten moeten passen
binnen de mogelijkheden en de reikwijdte van de lokale beleidsactoren.
Wanneer we ons strikt zouden houden aan de omschrijving en de doelstellingen
uit het decreet dan dreigt het project het bijzondere van de lokale praktijken
en de bekommernissen die daarmee samenhangen te minimaliseren. In het
andere geval ontstaat het risico dat de doelstellingen van het decreet
onvoldoende als toets worden gebruikt waardoor lokale doelstellingen en
criteria in de beoordeling van de lokale praktijk de bovenhand kunnen
nemen en elementaire zaken worden verwaarloosd.
|